Columns

Macaroni

NH UITagenda mei 2008

Het zal je niet ontgaan zijn: het kermisseizoen (de winterkermissen even daargelaten) is vorige maand in alle hevigheid losgebarsten. En in mei begint het helemaal druk te worden met alle kermissen in de provincie. Alsof iedereen niet langer kan wachten tot het grote volksfeest weer losbarst: vol overgave stort het ene na het andere dorp zich op de kermis. Nu kom ik zelf uit Hoorn en ik moest altijd lang wachten totdat het in mijn stad ook kermis was. En het kermisgevoel van de omliggende dorpen werd in Hoorn eigenlijk altijd samengebald in één grote superkermisdag, de beroemde Lappendag. Cafés open vanaf vroeg en een ouderwetse kroegentocht door de hele stad om maar niets te missen.
Ik was zestien en zou voor het eerst met m’n maat te lappen. Al om negen uur ’s morgens zat ik achter een zelfgefabriceerd bord macaroni om maar niet al te nuchter in het café te verschijnen. Anders zou het na een biertje of drie wel eens einde kermis kunnen zijn. Ik was al niet zo’n grote drinker. Tijdens het eten had ik grote twijfels over de houdbaarheidsdatum van de tomatensaus en de opgewarmde gehaktballetjes uit blik, maar ik ontkende die twijfels en vermoedde dat dat ongetwijfeld met het vroege tijdstip van dit maal te maken had. Om de bodem te perfectioneren nam ik ook nog een flink kom vanillevla en propte er ook nog een krentenbol in. Dat moest voldoende zijn.
Met volle pens kwam ik om half elf in het café en de eerste biertjes gleden naar binnen. Geen centje pijn, de dubbele bodem in mijn maag deed keurig zijn werk en het zou een goede dag worden, daar was ik van overtuigd. Kermis op z’n Hoorns. Het feest werd compleet toen we twee leuke meiden tegenkwamen. Mijn maat had wel eens met een van hen gezoend, maar hij toonde nu meer interesse in de vriendin. Voor mij was het overblijfsel. Ze was niet echt knap, maar lachte leuk en in mijn staat van dat moment was dat meer dan genoeg. Na nog een stuk of wat biertjes verleidde ze me tot een ritje in een of ander draaiend geval. Ik mocht betalen. Het hele geval beviel me niks. Mijn maat was er intussen vandoor en ik zou hem die dag niet meer terugzien.
Op Lappendag sluiten kroeg en kermis om vier uur om verdere escalatie te voorkomen en ik moet zeggen dat ik het tijdstip met vreugde ontving. De bodem in mijn maag had zich enigszins opgelost in de alcohol en vormde daar een vreemde substantie. Met mijn vriendinnetje voor de dag zwierf ik door de Hoornse binnenstad, op zoek naar een adres dat ik niet had en waar we, zo ging het gerucht, de tijd tot acht uur ’s avonds zouden kunnen overbruggen. Ik sloeg een arm om haar heen. Niet uit verliefdheid, want ik wist nog niet wat dat was, maar kennelijk om haar vast te houden. Ze lachte naar me en een tegenligger zei dat ik haar goed vast moest houden. Waarschijnlijk overdreef ik een beetje.
Moe van het slenteren en in het geluid van schoonmaakwagens ging ik ergens op een stoepje zitten. ‘Ik geloof dat ik dronken ben’, zei ik en ik begreep niet dat mijn prachtige voedingsbodem me zo in de steek had gelaten. ‘Geeft niks’, zei zij. ‘Ik vind jou het leukste van de dag’ en ze gaf me een zoen. Mijn eerste. De draaimolen in mijn maag stopte acuut en ik lachte naar haar. ‘Kom mee’, zei ik, ‘we gaan macaroni eten.’


geplaatst op 29-04-2008 om 12:33 uur