Columns

Oud en nieuw

Ik was op een feestje in een café, waar iemand zijn ‘bijna vijftigste’ verjaardag vierde. Leuk feestje, daar niet van, maar het deed me wel realiseren dat de tijd op niemand wacht. Vergeef me deze weemoedige gedachte, het zal de tijd van het jaar wel zijn. Het publiek dat de verjaardag meevierde was immers ook ouder geworden in vergelijking met een aantal jaren terug en dat was te zien. Dat gevoel was ongetwijfeld wederzijds, hoewel ik nog altijd werd herkend. Gelukkig is de tijd een geleidelijk voortschrijdende grootheid. Alleen de barman en wat rondspringende kinderen markeerden de jeugd. Ik nestelde me op mijn oude vertrouwde plekje aan de bar, naast de barman.
“Gezellige avond voor je”, startte ik de conversatie met een vraag die qua invulling alle kanten op kon. Altijd mooi, zo’n zin. Hij kan letterlijk opgevat worden, maar ook als een quasi cynische opmerking. Ik wou dat ik over een dergelijk arsenaal aan openingszinnen beschikte toen het er echt toe deed. De jeugd is een mooie tijd, maar het komt op een verkeerd moment in je leven. Pas jaren later, als vrouw, kinderen en werk de tijd opslokken, realiseer je je pas dat je toen een geweldige mogelijkheid had om werkelijk iets van je leven te maken en te doen en laten wat redelijkerwijs voor je neus lag. De barman, zo te beoordelen net de twintig gepasseerd, sprak desalniettemin van vroeger. “Zeker, als vanouds”, antwoordde hij. Nu kon dat ‘vanouds’ volgens mij nooit zo heel lang geleden zijn. Maar misschien doelde hij wel op ons. Het einde van de jeugd tekende zich echter al voor hem af: op de andere hoek van de bar zat vriendin geduldig te wachten. Jong en mooi, met platte buik en ronde borsten in plaats van andersom.
“Weet u”, ging de barman verder op een gevaarlijke weg, “met oude mensen in het café is het altijd gezellig. Ze worden niet meer agressief, maar gewoon lekker aangeschoten. Iedereen gaat bijna altijd met zijn eigen man of vrouw naar huis. Ze kijken niet op een tientje meer of minder. Ze blijven lang plakken. Ze komen de volgende dag terug om je nog eens te bedanken en blijven dan weer plakken. Ze bevelen het café aan bij anderen. Ze maken niks stuk. Ze zingen alleen te hard als ze dronken worden. Maar ja, dat hoort er bij. Nee, ik vind het prima zo.” Het leek alsof hij het nog meende ook. Zonder het te beseffen had hij mij zojuist neergezet als een ouwe lul. Ik zei niets en keek naar de andere hoek van de bar, waar geduldige vriendin geil zat te wachten. Even overwoog ik het citaat van de barman bij haar neer te leggen en haar reactie af te wachten. Het leek me in tweede instantie geen goed idee. Ze was oud genoeg om het eerder gehoord te hebben.
“Nog een nieuw biertje?”, bood de barman aan.


geplaatst op 27-11-2009 om 14:56 uur